https://cdn.prod.website-files.com/6718be3d6bbae4fec56f4b2e/6ab6292e6cae64aca29394d2_allforone-nl-hd.mp3
We hebben allemaal weleens een ‘ik doe het zelf wel-moment'. Misschien is het vechten over klusjes doen het gewoon niet meer waard, of een groepsproject op school zou gewoon makkelijker zijn als je het allemaal zelf doet. Maar dan komen de grotere problemen, zoals in de problemen zitten, je dealt met een verslaving, pijn of misschien is het gewoon allemaal te veel. Je blijft vasthouden aan de ‘ik doe het zelf wel-mentaliteit’, maar je brengt jezelf alleen maar meer in de problemen. Dit is geen methode die ik zou aanbevelen, want God heeft ons niet geschapen om alleen maar op Hem te leunen, maar ook op elkaar. Want het leven is moeilijk. Helemaal niemand zal het daar niet mee eens zijn. Maar het is makkelijker met iemand op wie je kan leunen. Dat is waarom God ons geroepen heeft voor fellowship (broederschap/kameraadschap)
Fellowship is het delen van het leven met broers en zussen in Christus. We leven, leren, werken en groeien samen. Maar om echt fellowship te ervaren, is er één ding dat eerst nodig is: relatie. Fellowship is een diepe connectie die ontstaat nadat een relatie al gevormd is, dus het is niet mogelijk om fellowship te hebben zonder een relatie. Allereerst hebben we een relatie met God nodig. Het hebben van een relatie met God betekent dat je gelooft dat Jezus is gestorven voor onze zonden aan het kruis en dat je Hem accepteert als je Heer en Redder. Fellowship komt daarna; je deelt je leven met God. Je bidt tot Hem, praat met Hem en je doet je best Zijn geboden te gehoorzamen. Als we een relatie met God hebben, maar we kiezen er nog steeds voor om in zonde te wandelen, zonder bekering, dan is er geen fellowship. In 1 Johannes 1:5-7 staat: ‘‘En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en aan u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is. Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en wij toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet. Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.’’
Net zoals bij God hebben we een relatie met elkaar voordat we fellowship kunnen bouwen. Het goede nieuws is, God helpt ons hiermee. Zoals Johannes zegt, is het wandelen met God belangrijk is als je fellowship met Hem wilt hebben. Er staat ook dat wandelen in het licht ons in staat stelt fellowship met elkaar te hebben. Dit betekent dat het niet uitmaakt wanneer we verschillende karakters en interesses hebben; we zijn verbonden door God, en dat is genoeg. Wanneer we God in ons leven accepteren, worden we geadopteerd in Zijn familie als kinderen van God. Wanneer we andere gelovigen ontmoeten, andere kinderen van God, is die relatie al daar door onze relatie met God, en kunnen we fellowship hebben.
We hebben fellowship nodig om te groeien in ons geloof. We hebben mensen om ons heen nodig die ons aanspreken wanneer we de verkeerde kant op gaan, en dan helpen ze ons weer naar het juiste pad. We hebben mensen nodig die hun gedachten delen en ons vragen stellen die ons aan het denken zetten. Hebreeën 10:24-25 zegt het volgende: ‘‘En laten wij op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen.’’ Dit is een bemoediging van Paulus aan de kerk van de Hebreeën, en het is ook relevant voor ons. Nog steeds moeten we elkaar aanmoedigen om goede dingen te doen, en er zijn er ook nog veel die niet regelmatig bij elkaar komen. Paulus schreef dit omdat hij wist hoe belangrijk het is om samen te komen. Want Jezus zegt in Mattheüs 18:20: ‘‘Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden.’’
De beroemde zin ‘ijzer scherpt men met ijzer’ komt uit Spreuken 27:17. De wereld heeft het uit de context gehaald en in iets anders veranderd. Het betekent precies wat iedereen zegt: we helpen elkaar groeien. Wanneer we iemand iets leren, groeien of worden we aangescherpt in het proces. En dit geldt niet alleen voor voorgangers en ouderlingen. We zijn allemaal geroepen om elkaar te discipelen, hoe oud je ook bent of welke positie je ook hebt. We voeden elkaar allemaal, zoals een fontein met meerdere lagen, waar het water van het ene niveau naar het andere gaat en uiteindelijk weer terugkomt.
Bijvoorbeeld, er komt een tiener werken in de kerk bij de kinderdienst. Ze geeft onderwijs aan de kinderen, geeft een goed voorbeeld voor hoe ze zich in de kerk moet gedragen, maar ze heeft een goede vriendin waar ze naartoe gaat als ze problemen of vragen heeft. Het blijft verder verbonden tot iedereen een plek heeft waar ze naartoe kunnen.
Zo zou het ook moeten zijn voor de leiders van de kerk, en dat is precies waarom het meervoud is: leiders. Vaak zijn er meerdere voorgangers en een bestuur van ouderlingen die niet alleen maar beslissingen maken, maar ook elkaar helpen om te groeien en elkaar verantwoordelijk te houden. Iedereen heeft het weleens moeilijk en heeft hulp nodig, ook voorgangers en kerkleiders. Dit is precies waarom we fellowship en mensen die ons helpen wanneer het niet goed gaat, nodig hebben.
Een ander aspect dat je hebt wanneer je bij een kerk bent aangesloten, is dat er mensen zijn van wie je kan leren. Moeilijkheden zijn deel van het leven, maar het is niet de bedoeling dat we daar alleen doorheen gaan. We zijn geroepen om te doen zoals Jezus deed en te doen wat we kunnen om de mensen om ons heen te helpen. In Marcus 10 zien we dat Jezus tegen Zijn discipelen vertelt hoe de leiders van die tijd hun macht uitoefenden en ervoor zorgden dat andere mensen naar hen zouden luisteren. Maar in vers 43-45 staat: ‘‘Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u belangrijk wil worden, die moet uw dienaar zijn. En wie van u de eerste zal willen worden, die moet dienaar van allen zijn. Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven als losprijs voor velen.’’
Om belangrijk te zijn in Gods ogen, moeten we dienen. Dit betekent niet dat we alle lasten van iedereen moeten dragen; het hoeft echt niet zo veel pijn te doen. Eenvoudige dagen van dienstbaarheid kunnen een groot verschil maken voor iemand die het moeilijk heeft. Of er nou iemand ziek is, iemand te maken heeft met overlijden, of er een baby geboren wordt, of het is gewoon allemaal even te veel voor iemand, een maaltijd wordt altijd gewaardeerd!
Sommige dingen zijn misschien wat ongewoon en je zou er niet meteen als eerste aan denken. Dingen zoals het maaien van het gras bij een familie die rouwt, of de afwas doen wanneer iemand snel weg moet vanwege familieomstandigheden. Mijn familie en buren hebben bijvoorbeeld onze schutting verder afgebouwd toen we een hond kregen en mijn vader een ernstige rugblessure had. De lasten van iemand op je nemen betekent niet dat je al hun problemen moet oplossen, vaak zijn het de kleine dingen die ons overweldigen en we zijn heel dankbaar als mensen ons daarmee helpen zodat we er niet meer aan hoeven te denken. In mijn eigen leven heb ik veel voorbeelden gezien waardoor ik Gods liefde en steun kon ervaren door moeilijkheden heen.
God ziet al deze dingen. Alles wat we voor elkaar doen, Hij ziet het. En in Mattheüs 25:40 zegt Jezus: ‘‘En de Koning zal hun antwoorden: ‘Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.’’’ Als we Jezus’ voorbeeld volgen door anderen te helpen, leidt dat tot zegeningen overal.
Zoals ik eerder zei, fellowship is het delen van je leven met andere gelovigen. We zien hier een geweldig voorbeeld van in Handelingen 2:42-47. Hier wordt omschreven dat de eerste kerk alles met elkaar deelde. Ze leerden, aten, baden, aanbaden, hadden avondmaal samen, en ook voorzagen ze in elkaars noden. Dat is meer dan elke zondag bij elkaar komen voor een kerkdienst. Naar de kerk gaan elke zondag is geweldig, echt waar, een goed beginpunt. Maar het is moeilijk om echt bij een gemeenschap te horen met dat korte wekelijkse contact. Daarom is het zo belangrijk om mee te doen bij een bijbelstudiegroep, jeugdgroep, of andere dingen die jouw kerk aanbiedt. En wanneer jouw kerk deze dingen niet aanbiedt, misschien kan je zelf wat beginnen! De kans is groot dat jij niet de enige bent die verbinding mist.
1 Thessalonicenzen 2:8 zegt het volgende: ‘‘Wij waren zo vol verlangen naar u dat wij graag met u niet alleen het Evangelie van God wilden delen, maar ook onszelf, omdat u ons lief geworden was.’’ Fellowship en een kerkgemeenschap is een cadeau dat God geeft door onze verbinding en relatie met Hem. We moeten het alleen nog accepteren.