Eerlijk luisteren
Door Johannes Woudstra
Wat vind jij van de Bijbel? Zie je het als Woord van God, of als woord van mensen? Inzichtelijk, interessant en relevant, of saai, ondoorgrondelijk en achterhaald? We kunnen hier bewust of onbewust verschillend over denken. Misschien geven we gewenste en verwachte antwoorden, maar denken we er eigenlijk anders over.
Het is belangrijk om te weten waar we staan ten opzichte van de Bijbel. Hoe we hier over denken bepaalt hoe we hem interpreteren en toepassen. Daarom zou ik je willen laten nadenken over de vraag “Hoe leer ik eerlijk luisteren naar de Bijbel?”
Neem bijvoorbeeld de discussie over Genesis 1-2, die in 2009 voor sommigen hoog opspeelde. Moeten we deze hoofdstukken letterlijk opvatten, of niet? Soms wordt gesteld dat als je dat niet doet, je de opstanding van Jezus ook niet meer letterlijk zal nemen. Is dat wel zo? Het is mogelijk, maar niet logisch. Het scheppingsverhaal is anders geschreven dan de evangeliën. In het kort, Genesis 1-2 bevatten vooral een theologische boodschap en beantwoorden niet perse al onze vragen over het ontstaan van de aarde. Ze vertellen het slavenvolk Israël, net uit Egypte gevoerd, onder andere dat de zon gemaakt is door hun God. Het is schepping, geen godheid! In Egypte werd hij wel aanbeden als god. De evangeliën spreken duidelijk over historische gebeurtenissen: het Woord is vlees geworden, heeft onder ons gewoond en redding gebracht voor iedereen die zijn offer gelovig accepteert.
Hier zijn een aantal suggesties voor eerlijk luisteren naar de Bijbel. Lees, ten eerste, de Bijbel biddend. We hebben de God van het Woord nodig om zijn Woord uit te leggen. Ten tweede, neem de vorm waarin en de bedoeling waarmee God zijn Woord heeft gegeven serieus. Als derde, laat het Woord je denkkaders bepalen en niet andersom. Tenslotte, wordt een dader van het Woord en geen puur geïnteresseerde onderzoeker.
De Bijbel is een geschenk van God! Laten we er daarom eerlijk naar luisteren om hem zijn gang te laten gaan, zodat het “gebruikt [kan] worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven” (2 Timoteüs 3:16-17, NBV), en we de volken tot discipelen kunnen maken.