De boeken Leviticus en Numeri horen nou niet direct tot de meest aanbevolen literatuur. Ik heb tenminste regelmatig op m’n tanden moeten bijten om er doorheen te komen. En hoe ik ook God en zijn zegen zocht, er gingen dagen, weken voorbij zonder dat ik Hem vond. Ik wist dat Hij er was, maar ik merkte er niks van.
En toch…. Het loonde.
Vanmorgen had ik me door Numeri 28-30 heengeworsteld en ik steunde weer ns: “Heer, wat moet ik daar nou mee”, toen me opeens opviel hoe vaak de Here God zijn volk aan hun feesten herinnert. Zoek het maar ns op. Vanaf Exodus 20 komt Hij er steeds weer op terug. De twee vrolijkste feesten (het oogst- en het inzamelingsfeest, Exodus 23:16) staan zelfs in het hart van de eerste instructies die Hij aan Mozes gaf –het zgn verbondsboek, Exodus 20:22-23:33. De Here God wil kennelijk een feestend volk! Een volk van ‘eten, drinken en vrolijk zijn’, want van de offers en de ceremonieën die daarmee gepaard gingen bleef een goed deel over om smakelijk te eten en te drinken. Over een hartverheugende God gesproken!
De zogenaamde “Wet” is dus blijkbaar niet zo donker en dreigend als het vaak wordt voorgesteld. De vreugde van feesten kon wel ns het hart ervan zijn.